Interview door Miek Hoeksema voor het Sandberg Instituut, verscheen o.a. in De Verenigde Sandbergen.
maart 2005

PIEK!

Sander Leemans (SL), 1975, NL
Selby J. Gildemacher (SG), 1974, NL

1994-1998         Mediakunst, Academie Minerva, Groningen
2000-2002         MFA Sandberg Instituut, Amsterdam

1998                  Moving water, de Hoogeveensevaart , Meppel
2000                   Move it, Push a/b, Montevideo, Amsterdam
2001                  Kyoto X Amsterdam, Push a/b, Kyoto Art Center, Japan
2004                  Uitgelicht; Fonds BKVB, Karaoke, Kunstvlaai 5, Amsterdam

SL: Nog voordat we op het Sandberg Instituut (SI) zaten, namen we al deel aan de Kunstvlaai, vanuit Groningen via Niggendijker, wat nu NP3 heet.
SG: Dat was in 1999.
SL: Nee, in 2000, denk ik. Kort daarvoor hadden we ons aangemeld bij de Rijksacademie...
SG: ...o, ja...
SL:... omdat we niet op de hoogte waren van het bestaan van het SI. Op die Kunstvlaai ontmoetten we Marjo en die zei dat we beter naar het SI konden komen.
SG: Dat vonden wij wel een goed idee. Door de kunstvlaai kwamen we er een beetje achter wat het SI was. Op de academie in Groningen, zaten we in hetzelfde gebouw als de tweede fase opleiding MEDIA-GN. Daardoor wisten we wel hoe het er daar ongeveer aan toeging.   We kregen de indruk dat het SI een uitvergrote versie daarvan was. Dat leek erg geschikt voor ons.
SL: Bovendien valt er in Amsterdam wel net iets meer te halen dan in Groningen. Ik weet niet precies meer of we toen ook nog toelating voor de Rijksacademie hebben gedaan. Ik denk dat we er in de eerste ronde uitgedonderd zijn.
SG: Ik weet niet of we er überhaupt nog iets voor gedaan hebben...
SL: ...jawel we hebben een koffer gebracht...
SG: ..nee, dat was veel langer geleden, dat was   bij de Ateliers.
SL: O, ja we hebben een keer, in een vlaag van hoogmoed, toen we in de derde van academie Minerva zaten, toelating gedaan bij de Ateliers.
SG: Bij de toelating op het SI hadden we ons goede goed aan. Ik kan me nog herinneren dat er een hele rare man bij zat.
SL: Die rare man was Jan Dietvorst.
SG: We gingen naar binnen deden ons ding. De moeilijkste vraag was, geloof ik ,waarom we naar het SI wilden.

SL: Ik weet nog dat ik het systeem van gastdocenten vanaf het eerste moment een heel goed systeem vond. We schreven ons op praktisch iedereen die kwam in. We beschouwden de gesprekken met de verschillende gastdocenten als een soort reclame voor onszelf en kregen daardoor vrij snel de mogelijkheid om mee te doen aan exposities.
SG: Het was een tweeledig. Je maakte reclame voor jezelf en je leerde je riedeltje goed afdraaien.
SL: Je wordt handiger en beter in het praten over je werk doordat je dat twee jaar achterelkaar ieder week doet, maar je kreeg natuurlijk ook kritiek en daar leer je nog meer van. Als je net iets had gemaakt dan had je daar een week later alweer een gesprek over met bijvoorbeeld een curator of een kunstcriticus. Daar wordt je scherper door. Op de kunstacademie kwam je met alles weg, als je er zelf maar enthousiast over was. Dat is op het SI duidelijk niet het geval.
SG: Dat staat ook in de folder; je wordt gelijkgeschakeld met het beroepsveld...
SL:...waar staat dat?
SG: Dat ik heb ooit eens gelezen in een Sandbergachtige context. Dat vond ik belangrijk. Op het SI leer je om niet meer te denken als een student die zijn kunst maakt maar als een kunstenaar die zijn kunst maakt. Zomaar wat aanklooien is er niet meer bij, je wordt op een serieuze manier benadert omdat er ook serieuze mensen langs komen, die er serieus over willen praten.

Die activiteiten zoals de Eenminuten en de Kunstvlaai? Vond ik erg goed dat die er waren!
SL: Alleen hebben we er niet altijd aan meegedaan. We hebben nog nooit een Eenminuten-filmpje gemaakt.
SG: Nee, maar later hebben we wel weer de award-uitreiking georganiseerd.
SL: Die activiteiten zetten het SI ook goed neer, waardoor het zich onderscheidt van andere tweede fase opleidingen.
SG: Wat ook opmerkelijk is, is dat er ook kunstenaars van buiten de opleiding aan deel mogen nemen. Bij andere kunstopleidingen is dat nooit het geval, daar presenteert de instelling zich. Een Kunstvlaai staat meer op zichzelf.
SL: Zo heeft Marjo ons ooit ontdekt op de Kunstvlaai.
SG: Wat beter zou kunnen? Het niveau van de internationale contacten zou beter kunnen. Hoewel we voor het SI al eens naar Japan zijn geweest en binnenkort gaan we naar Suriname (ook vanuit het SI), dus het kan ook aan ons liggen.

Of het SI aansluit op de beroepspraktijk? We kregen aan het eind van het SI een cursus startstipendium invullen, dus wat dat aangaat sloot het heel aardig aan.
SL: Bij ons sloot het naadloos aan en dat komt denk ik door het systeem van gastdocenten en de contacten die je daarmee opdoet. Wij hadden op het SI een aantal gesprekken met Theo Tegelaars gehad. Na het SI kwam hij een paar keer met opdrachten van de Rijksgebouwendienst bij ons. Daardoor loop je lekker door.
SL: We hebben een Startstipendium gekregen en we hebben ieder een bijbaan. Ik ben fietstaxichauffeur...
SG: ...en ik ben net ontslagen als TV-timer, maar ik moet nog wel een maand uitzitten. We zijn van plan om een Basisbeurs aan te vragen.

Ja, een Mastersdiploma; mijn vriendin zegt nu ook Master tegen mij. We hebben het diploma er ooit bewust erbij gehaald...
SL: ...maar dat was meer voor de gein (niet voor de gein, maar ook niet met het idee dat we er erg vaak gebruik van zouden maken..) , want we hebben het nog nooit echt aan iemand hoeven laten zien...
SG: ...en ik denk dat dat ook niet zal gebeuren. Ik denk niet dat ik een diploma belangrijk vind, maar het zou voor de opleiding belangrijk kunnen zijn, als andere scholen het wel geven en het SI niet, maar verder vind ik het SI toch de beste school!

Als je naar het SI wilt moet je wel echt kunstenaar willen worden. Ik bedoel, dat je een serieus soort arbeidsethos aan de dag moet weten te leggen.