SL: Nog voordat we op het Sandberg Instituut (SI) zaten,
namen we al deel aan de Kunstvlaai, vanuit Groningen via Niggendijker, wat
nu NP3 heet.
SG: Dat was in 1999.
SL: Nee, in 2000, denk ik. Kort daarvoor hadden we ons aangemeld
bij de Rijksacademie...
SG: ...o, ja...
SL:... omdat we niet op de hoogte waren van het bestaan van
het SI. Op die Kunstvlaai ontmoetten we Marjo en die zei dat we beter naar
het SI konden komen.
SG: Dat vonden wij wel een goed idee. Door de kunstvlaai kwamen
we er een beetje achter wat het SI was. Op de academie in Groningen, zaten
we in hetzelfde gebouw als de tweede fase opleiding MEDIA-GN. Daardoor wisten
we wel hoe het er daar ongeveer aan toeging. We kregen de indruk dat
het SI een uitvergrote versie daarvan was. Dat leek erg geschikt voor ons.
SL: Bovendien valt er in Amsterdam wel net iets meer te halen
dan in Groningen. Ik weet niet precies meer of we toen ook nog toelating voor
de Rijksacademie hebben gedaan. Ik denk dat we er in de eerste ronde uitgedonderd
zijn.
SG: Ik weet niet of we er überhaupt nog iets voor gedaan
hebben...
SL: ...jawel we hebben een koffer gebracht...
SG: ..nee, dat was veel langer geleden, dat was bij
de Ateliers.
SL: O, ja we hebben een keer, in een vlaag van hoogmoed, toen
we in de derde van academie Minerva zaten, toelating gedaan bij de Ateliers.
SG: Bij de toelating op het SI hadden we ons goede goed aan.
Ik kan me nog herinneren dat er een hele rare man bij zat.
SL: Die rare man was Jan Dietvorst.
SG: We gingen naar binnen deden ons ding. De moeilijkste vraag
was, geloof ik ,waarom we naar het SI wilden.
SL: Ik weet nog dat ik het systeem van gastdocenten vanaf
het eerste moment een heel goed systeem vond. We schreven ons op praktisch
iedereen die kwam in. We beschouwden de gesprekken met de verschillende gastdocenten
als een soort reclame voor onszelf en kregen daardoor vrij snel de mogelijkheid
om mee te doen aan exposities.
SG: Het was een tweeledig. Je maakte reclame voor jezelf en
je leerde je riedeltje goed afdraaien.
SL: Je wordt handiger en beter in het praten over je werk
doordat je dat twee jaar achterelkaar ieder week doet, maar je kreeg natuurlijk
ook kritiek en daar leer je nog meer van. Als je net iets had gemaakt dan had
je daar een week later alweer een gesprek over met bijvoorbeeld een curator
of een kunstcriticus. Daar wordt je scherper door. Op de kunstacademie kwam
je met alles weg, als je er zelf maar enthousiast over was. Dat is op het SI
duidelijk niet het geval.
SG: Dat staat ook in de folder; je wordt gelijkgeschakeld
met het beroepsveld...
SL:...waar staat dat?
SG: Dat ik heb ooit eens gelezen in een Sandbergachtige context.
Dat vond ik belangrijk. Op het SI leer je om niet meer te denken als een student
die zijn kunst maakt maar als een kunstenaar die zijn kunst maakt. Zomaar wat
aanklooien is er niet meer bij, je wordt op een serieuze manier benadert omdat
er ook serieuze mensen langs komen, die er serieus over willen praten.
Die activiteiten zoals de Eenminuten en de Kunstvlaai? Vond ik erg goed dat
die er waren!
SL: Alleen hebben we er niet altijd aan meegedaan. We hebben
nog nooit een Eenminuten-filmpje gemaakt.
SG: Nee, maar later hebben we wel weer de award-uitreiking
georganiseerd.
SL: Die activiteiten zetten het SI ook goed neer, waardoor
het zich onderscheidt van andere tweede fase opleidingen.
SG: Wat ook opmerkelijk is, is dat er ook kunstenaars van
buiten de opleiding aan deel mogen nemen. Bij andere kunstopleidingen is dat
nooit het geval, daar presenteert de instelling zich. Een Kunstvlaai staat
meer op zichzelf.
SL: Zo heeft Marjo ons ooit ontdekt op de Kunstvlaai.
SG: Wat beter zou kunnen? Het niveau van de internationale
contacten zou beter kunnen. Hoewel we voor het SI al eens naar Japan zijn geweest
en binnenkort gaan we naar Suriname (ook vanuit het SI), dus het kan ook aan
ons liggen.
Of het SI aansluit op de beroepspraktijk? We kregen aan het eind van het SI
een cursus startstipendium invullen, dus wat dat aangaat sloot het heel aardig
aan.
SL: Bij ons sloot het naadloos aan en dat komt denk ik door
het systeem van gastdocenten en de contacten die je daarmee opdoet. Wij hadden
op het SI een aantal gesprekken met Theo Tegelaars gehad. Na het SI kwam hij
een paar keer met opdrachten van de Rijksgebouwendienst bij ons. Daardoor loop
je lekker door.
SL: We hebben een Startstipendium gekregen en we hebben ieder
een bijbaan. Ik ben fietstaxichauffeur...
SG: ...en ik ben net ontslagen als TV-timer, maar ik moet nog
wel een maand uitzitten. We zijn van plan om een Basisbeurs aan te vragen.
Ja, een Mastersdiploma; mijn vriendin zegt nu ook Master tegen mij. We hebben
het diploma er ooit bewust erbij gehaald...
SL: ...maar dat was meer voor de gein (niet voor de gein, maar
ook niet met het idee dat we er erg vaak gebruik van zouden maken..) , want
we hebben het nog nooit echt aan iemand hoeven laten zien...
SG: ...en ik denk dat dat ook niet zal gebeuren. Ik denk niet
dat ik een diploma belangrijk vind, maar het zou voor de opleiding belangrijk
kunnen zijn, als andere scholen het wel geven en het SI niet, maar verder vind
ik het SI toch de beste school!
Als je naar het SI wilt moet je wel echt kunstenaar willen worden. Ik bedoel, dat je een serieus soort arbeidsethos aan de dag moet weten te leggen.